Alle boeken

Hooglied 7

Vertaling:WEBSV
Commentaar: Alle bronnen

1Hoe schoon zijn uw gangen in de schoenen, gij prinsendochter! de omdraaiingen uwer heupen zijn als kostelijke ketens, zijnde het werk van de handen eens kunstenaars.💬

2Uw navel is als een ronde beker, dien geen drank ontbreekt; uw buik is als een hoop tarwe, rondom bezet met lelien.💬

3Uw twee borsten zijn als twee welpen, tweelingen van een ree.💬

4Uw hals is als een elpenbenen toren, uw ogen zijn als de vijvers te Hesbon, bij de poort van Bath-rabbim; uw neus is als de toren van Libanon, die tegen Damaskus ziet.💬

5Uw hoofd op u is als Karmel, en de haarband uws hoofds als purper; de koning is als gebonden op de galerijen.💬

6Hoe schoon zijt gij, en hoe liefelijk zijt gij, o liefde, in wellusten!💬

7Deze uw lengte is te vergelijken bij een palmboom, en uw borsten bij druif trossen.💬

8Ik zeide: Ik zal op den palmboom klimmen, ik zal zijn takken grijpen; zo zullen dan uw borsten zijn als druif trossen aan den wijnstok, en de reuk van uw neus als appelen.💬

9En uw gehemelte als goede wijn, die recht tot mijn Beminde gaat, doende de lippen der slapenden spreken.💬

10Ik ben mijns Liefsten, en Zijn genegenheid is tot mij.💬

11Kom, mijn Liefste! laat ons uitgaan in het veld, laat ons vernachten op de dorpen.💬

12Laat ons vroeg ons opmaken naar de wijnbergen, laat ons zien, of de wijnstok bloeit, de jonge druifjes zich opendoen, de granaatappelbomen uitbotten; daar zal ik U mijn uitnemende liefde geven.💬

13De dudaim geven reuk, en aan onze deuren zijn allerlei edele vruchten, nieuwe en oude; o mijn Liefste! die heb ik voor U weggelegd.💬