1Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.💬
2O HEERE! red mijn ziel van de valse lippen, van de bedriegelijke tong.
3Wat zal U de bedriegelijke tong geven, of wat zal zij U toevoegen?
4Scherpe pijlen eens machtigen, mitsgaders gloeiende jeneverkolen.
5O, wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars wone.💬
6Mijn ziel heeft lang gewoond bij degenen, die den vrede haten.
7Ik ben vreedzaam; maar als ik spreek, zijn zij aan den oorlog.