Alle boeken

Psalmen 129

Vertaling:WEBSV
Commentaar: Matthew Henry

1Een lied Hammaaloth. Zij hebben mij dikwijls benauwd van mijn jeugd af, zegge nu Israel;💬

2Zij hebben mij dikwijls van mijn jeugd af benauwd; evenwel hebben zij mij niet overmocht.

3Ploegers hebben op mijn rug geploegd; zij hebben hun voren lang getogen.

4De HEERE, Die rechtvaardig is, heeft de touwen der goddelozen afgehouwen.

5Laat hen beschaamd en achterwaarts gedreven worden, allen, die Sion haten.💬

6Laat hen worden als gras op de daken, hetwelk verdort, eer men het uittrekt;

7Waarmede de maaier zijn hand niet vult, noch de garvenbinder zijn arm;

8En die voorbijgaan, niet zeggen: De zegen des HEEREN zij bij u! Wij zegenen ulieden in den Naam des HEEREN.