1Een psalm van David, als hij vlood voor het aangezicht van zijn zoon Absalom.💬
2O HEERE! hoe zijn mijn tegenpartijders vermenigvuldigd; velen staan tegen mij op.
3Velen zeggen van mijn ziel: Hij heeft geen heil bij God. Sela.
4Doch Gij, HEERE! zijt een Schild voor mij, mijn eer, en Die mijn hoofd opheft.💬
5Ik riep met mijn stem tot den HEERE, en Hij verhoorde mij van den berg Zijner heiligheid. Sela.
6Ik lag neder en sliep; ik ontwaakte, want de HEERE ondersteunde mij.
7Ik zal niet vrezen voor tienduizenden des volks, die zich rondom tegen mij zetten.
8Sta op, HEERE, verlos mij, mijn God; want Gij hebt al mijn vijanden op het kinnebakken geslagen; de tanden der goddelozen hebt Gij verbroken. Het heil is des HEEREN; Uw zegen is over Uw volk. Sela.