Alle boeken

Spreuken 14

Vertaling:WEBSV
Commentaar: Matthew Henry

1Elke wijze vrouw bouwt haar huis; maar die zeer dwaas is, breekt het af met haar handen.

2Die in zijn oprechtheid wandelt, vreest den HEERE; maar die afwijkt in zijn wegen, veracht Hem.💬

3In den mond des dwazen is een roede des hoogmoeds; maar de lippen der wijzen bewaren hen.💬

4Als er geen ossen zijn, zo is de krib rein; maar door de kracht van den os is der inkomsten veel.💬

5Een waarachtig getuige zal niet liegen; maar een vals getuige blaast leugens.💬

6De spotter zoekt wijsheid, en er is gene; maar de wetenschap is voor den verstandige licht.💬

7Ga weg van de tegenwoordigheid eens zotten mans; want gij zoudt bij hem geen lippen der wetenschap merken.💬

8De wijsheid des kloekzinnigen is zijn weg te verstaan; maar dwaasheid der zotten is bedriegerij.💬

9Elke dwaas zal de schuld verbloemen; maar onder de oprechten is goedwilligheid.💬

10Het hart kent zijn eigen bittere droefheid; en een vreemde zal zich met deszelfs blijdschap niet vermengen.💬

11Het huis der goddelozen zal verdelgd worden; maar de tent der oprechten zal bloeien.💬

12Er is een weg, die iemand recht schijnt; maar het laatste van dien zijn wegen des doods.💬

13Het hart zal ook in het lachen smart hebben; en het laatste van die blijdschap is droefheid.💬

14Die afkerig van hart is, zal van zijn wegen verzadigd worden; maar een goed man van zichzelven.💬

15De slechte gelooft alle woord; maar de kloekzinnige merkt op zijn gang.💬

16De wijze vreest, en wijkt van het kwade; maar de zot is oplopende toornig, en zorgeloos.💬

17Die haastig is tot toorn, zal dwaasheid doen; en een man van schandelijke verdichtselen zal gehaat worden.💬

18De slechten erven dwaasheid; maar de kloekzinnigen zullen zich met wetenschap kronen.💬

19De kwaden buigen voor het aangezicht der goeden neder, en de goddelozen voor de poorten des rechtvaardigen.💬

20De arme wordt zelfs van zijn vriend gehaat; maar de liefhebbers des rijken zijn vele.💬

21Die zijn naaste veracht, zondigt; maar die zich der nederigen ontfermt, die is welgelukzalig.💬

22Dwalen zij niet, die kwaad stichten? Maar weldadigheid en trouw is voor degenen, die goed stichten.💬

23In allen smartelijke arbeid is overschot; maar het woord der lippen strekt alleen tot gebrek.💬

24Der wijzen kroon is hun rijkdom; de dwaasheid der zotten is dwaasheid.💬

25Een waarachtig getuige redt de zielen; maar die leugens blaast, is een bedrieger.💬

26In de vreze des HEEREN is een sterk vertrouwen, en Hij zal Zijn kinderen een Toevlucht wezen.💬

27De vreze des HEEREN is een springader des levens, om af te wijken van de strikken des doods.

28In de menigte des volks is des konings heerlijkheid; maar in gebrek van volk is eens vorsten verstoring.💬

29De lankmoedige is groot van verstand; maar die haastig is van gemoed, verheft de dwaasheid.💬

30Een gezond hart is het leven des vleses; maar nijd is verrotting der beenderen.💬

31Die den arme verdrukt, smaadt deszelfs Maker; maar die zich des nooddruftigen ontfermt, eert Hem.💬

32De goddeloze zal heengedreven worden in zijn kwaad; maar de rechtvaardige betrouwt zelfs in zijn dood.💬

33Wijsheid rust in het hart des verstandigen; maar wat in het binnenste der zotten is, wordt bekend.💬

34Gerechtigheid verhoogt een volk, maar de zonde is een schandvlek der natien.💬

35Het welbehagen des konings is over een verstandigen knecht; maar zijn verbolgenheid zal zijn over dengene, die beschaamd maakt.💬