1De arme, in zijn oprechtheid wandelende, is beter dan de verkeerde van lippen, en die een zot is.
2Ook is de ziel zonder wetenschap niet goed; en die met de voeten haastig is, zondigt.💬
3De dwaasheid des mensen zal zijn weg verkeren; en zijn hart zal zich tegen den HEERE vergrammen.💬
4Het goed brengt veel vrienden toe; maar de arme wordt van zijn vriend gescheiden.💬
5Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugen blaast, zal niet ontkomen.💬
6Velen smeken het aangezicht des prinsen; en een ieder is een vriend desgenen, die giften geeft.💬
7Al de broeders des armen haten hem; hoeveel te meer gaan zijn vrienden verre van hem! Hij loopt hen na met woorden die niets zijn.
8Die verstand bekomt, heeft zijn ziel lief; hij neemt de verstandigheid waar, om het goede te vinden.💬
9Een vals getuige zal niet onschuldig zijn; en die leugen blaast, zal vergaan.💬
10De weelde staat een zot niet wel; hoeveel te min een knecht te heersen over vorsten!💬
11Het verstand des mensen vertrekt zijn toorn; en zijn sieraad is de overtreding voorbij te gaan.💬
12Des konings gramschap is als het brullen eens jongen leeuws; maar zijn welgevallen is als dauw op het kruid.💬
13Een zotte zoon is zijn vader grote ellende; en de kijvingen ener vrouw als een gestadig druipen.💬
14Huis en goed is een erve van de vaderen; maar een verstandige vrouw is van den HEERE.💬
15Luiheid doet in diepen slaap vallen; en een bedriegelijke ziel zal hongeren.💬
16Die het gebod bewaart, bewaart zijn ziel; die zijn wegen veracht, zal sterven.💬
17Die zich des armen ontfermt, leent den HEERE, en Hij zal hem zijn weldaad vergelden.💬
18Tuchtig uw zoon, als er nog hoop is; maar verhef uw ziel niet, om hem te doden.💬
19Die groot is van grimmigheid, zal straf dragen; want zo gij hem uitredt, zo zult gij nog moeten voortvaren.💬
20Hoor raad, en ontvang tucht, opdat gij in uw laatste wijs zijt.💬
21In het hart des mans zijn veel gedachten; maar de raad des HEEREN, die zal bestaan.💬
22De wens des mensen is zijn weldadigheid; maar de arme is beter dan een leugenachtig man.💬
23De vreze des HEEREN is ten leven; want men zal verzadigd zijnde vernachten; met het kwaad zal men niet bezocht worden.💬
24Een luiaard verbergt de hand in den boezem, en hij zal ze niet weder aan zijn mond brengen.💬
25Sla de spotter, zo zal de slechte kloekzinnig worden; en bestraf den verstandige, hij zal wetenschap begrijpen.💬
26Wie de vader verwoest, of de moeder verjaagt, is een zoon, die beschaamd maakt, en schande aandoet.💬
27Laat af, mijn zoon, horende de tucht, af te dwalen van de redenen der wetenschap.💬
28Een Belialsgetuige bespot het recht; en de mond der goddelozen slokt de ongerechtigheid in.💬
29Gerichten zijn voor de spotters bereid, en slagen voor den rug der zotten.💬