Alle boeken

Spreuken 1

Vertaling:WEBSV
Commentaar: Jamieson, Fausset & Brown

1De spreuken van Salomo, den zoon van David, den koning van Israel,

2Om wijsheid en tucht te weten; om te verstaan redenen des verstands;💬

3Om aan te nemen onderwijs van goed verstand, gerechtigheid, en recht, en billijkheden;💬

4Om den slechten kloekzinnigheid te geven, den jongeling wetenschap en bedachtzaamheid.💬

5Die wijs is, zal horen, en zal in lere toenemen; en die verstandig is, zal wijzen raad bekomen.💬

6Om te verstaan een spreuk en de uitlegging, de woorden der wijzen en hun raadselen.💬

7De vrees des HEEREN is het beginsel der wetenschap; de dwazen verachten wijsheid en tucht.💬

8Mijn zoon! hoor de tucht uws vaders, en verlaat de leer uwer moeder niet;💬

9Want zij zullen uw hoofd een aangenaam toevoegsel zijn, en ketenen aan uw hals.💬

10Mijn zoon! indien de zondaars u aanlokken, bewillig niet;💬

11Indien zij zeggen: Ga met ons, laat ons loeren op bloed, ons versteken tegen den onschuldige, zonder oorzaak;💬

12Laat ons hen levend verslinden, als het graf; ja, geheel en al, gelijk die in den kuil nederdalen;

13Alle kostelijk goed zullen wij vinden, onze huizen zullen wij met roof vullen.

14Gij zult uw lot midden onder ons werpen; wij zullen allen een buidel hebben.

15Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.💬

16Want hun voeten lopen ten boze; en zij haasten zich om bloed te storten.

17Zekerlijk, het net wordt tevergeefs gespreid voor de ogen van allerlei gevogelte;💬

18En deze loeren op hun eigen bloed, en versteken zich tegen hun zielen.

19Zo zijn de paden van een iegelijk, die gierigheid pleegt; zij zal de ziel van haar meester vangen.

20De opperste Wijsheid roept overluid daar buiten; Zij verheft haar stem op de straten.💬

21Zij roept in het voorste der woelingen; aan de deuren der poorten spreekt Zij Haar redenen in de stad;💬

22Gij slechten! hoe lang zult gij de slechtigheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten?💬

23Keert u tot Mijn bestraffing; ziet, Ik zal Mijn Geest ulieden overvloediglijk uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekend maken.💬

24Dewijl Ik geroepen heb, en gijlieden geweigerd hebt; Mijn hand uitgestrekt heb, en er niemand was, die opmerkte;💬

25En gij al Mijn raad verworpen, en Mijn bestraffing niet gewild hebt;💬

26Zo zal Ik ook in ulieder verderf lachen; Ik zal spotten, wanneer uw vreze komt.💬

27Wanneer uw vreze komt gelijk een verwoesting, en uw verderf aankomt als een wervelwind; wanneer u benauwdheid en angst overkomt;💬

28Dan zullen zij tot Mij roepen, maar Ik zal niet antwoorden; zij zullen Mij vroeg zoeken, maar zullen Mij niet vinden;💬

29Daarom, dat zij de wetenschap gehaat hebben, en de vreze des HEEREN niet hebben verkoren.💬

30Zij hebben in Mijn raad niet bewilligd; al Mijn bestraffingen hebben zij versmaad;

31Zo zullen zij eten van de vrucht van hun weg, en zich verzadigen met hun raadslagen.💬

32Want de afkering der slechten zal hen doden, en de voorspoed der zotten zal hen verderven.💬

33Maar die naar Mij hoort, zal zeker wonen, en hij zal gerust zijn van de vreze des kwaads.💬