1De wijn is een spotter, de sterke drank is woelachtig; al wie daarin dwaalt, zal niet wijs zijn.
2De schrik des konings is als het brullen eens jongen leeuws; die zich tegen hem vergramt, zondigt tegen zijn ziel.💬
3Het is eer voor een man, van twist af te blijven; maar ieder dwaas zal er zich in mengen.💬
4Om den winter zal de luiaard niet ploegen; daarom zal hij bedelen in den oogst, maar er zal niet zijn.💬
5De raad in het hart eens mans is als diepe wateren; maar een man van verstand zal dien uithalen.💬
6Elk van de menigte der mensen roept zijn weldadigheid uit; maar wie zal een recht trouwen man vinden?💬
7De rechtvaardige wandelt steeds in zijn oprechtheid; welgelukzalig zijn zijn kinderen na hem.💬
8Een koning, zittende op den troon des gerichts, verstrooit alle kwaad met zijn ogen.💬
9Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein van mijn zonde?💬
10Tweeerlei weegsteen, tweeerlei efa is den HEERE een gruwel, ja die beide.💬
11Een jongen zal ook door zijn handelingen zich bekend maken, of zijn werk zuiver, en of het recht zal wezen.💬
12Een horend oor, en een ziend oog heeft de HEERE gemaakt, ja, die beide.💬
13Heb den slaap niet lief, opdat gij niet arm wordt; open uw ogen, verzadig u met brood.💬
14Het is kwaad, het is kwaad! zal de koper zeggen; maar als hij weggegaan is, dan zal hij zich beroemen.💬
15Goud is er, en menigte van robijnen; maar de lippen de wetenschap zijn een kostelijk kleinood.💬
16Als iemand voor een vreemde borg geworden is, neem zijn kleed; en pand hem voor de onbekenden.💬
17Het brood der leugen is den mens zoet; maar daarna zal zijn mond vol van zandsteentjes worden.💬
18Elke gedachte wordt door raad bevestigd, daarom voer oorlog met wijze raadslagen.💬
19Die als een achterklapper wandelt, openbaart het heimelijke; vermeng u dan niet met hem, die met zijn lippen verlokt.💬
20Wie zijn vader of zijn moeder vloekt, diens lamp zal uitgeblust worden in zwarte duisternis.💬
21Als een erfenis in het eerste verhaast wordt, zo zal haar laatste niet gezegend worden.💬
22Zeg niet: Ik zal het kwaad vergelden; wacht op den HEERE, en Hij zal u verlossen.💬
23Tweeerlei weegsteen is den HEERE een gruwel, en de bedriegelijke weegschaal is niet goed.💬
24De treden des mans zijn van den HEERE; hoe zou dan een mens zijn weg verstaan?💬
25Het is een strik des mensen, dat hij het heilige verslindt, en na gedane geloften, onderzoek te doen.💬
26Een wijs koning verstrooit de goddelozen, en hij brengt het rad over hen.💬
27De ziel des mensen is een lamp des HEEREN, doorzoekende al de binnenkameren des buiks.💬
28Weldadigheid en waarheid bewaren den koning; en door weldadigheid ondersteunt hij zijn troon.💬
29Der jongelingen sieraad is hun kracht, en der ouden heerlijkheid is de grijsheid.💬
30Gezwellen der wonde zijn in den boze een zuivering, mitsgaders de slagen van het binnenste des buiks.💬