Alle boeken

Spreuken 22

Vertaling:WEBSV
Commentaar: Matthew Henry

1De naam is uitgelezener dan grote rijkdom, de goede gunst dan zilver en dan goud.

2Rijken en armen ontmoeten elkander; de HEERE heeft hen allen gemaakt.💬

3Een kloekzinnig mens ziet het kwaad, en verbergt zich; maar de slechten gaan henen door, en worden gestraft.💬

4Het loon der nederigheid, met de vreze des HEEREN, is rijkdom, en eer, en leven.💬

5Doornen en strikken, zijn in den weg des verkeerden; die zijn ziel bewaart, zal zich verre van die maken.💬

6Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.💬

7De rijke heerst over de armen; en die ontleent, is des leners knecht.💬

8Die onrecht zaait, zal moeite maaien; en de roede zijner verbolgenheid zal een einde nemen.💬

9Die goed van oog is, die zal gezegend worden; want hij heeft van zijn brood den armen gegeven.💬

10Drijf den spotter uit, en het gekijf zal weggaan, en het geschil met de schande zal ophouden.💬

11Die de reinheid des harten liefheeft, wiens lippen aangenaam zijn, diens vriend is de koning.💬

12De ogen des HEEREN bewaren de wetenschap; maar de zaken des trouwelozen zal Hij omkeren.💬

13De luiaard zegt: Er is een leeuw buiten; ik mocht op het midden der straten gedood worden!💬

14De mond der vreemde vrouwen is een diepe gracht; op welken de HEERE vergramd is, zal daarin vallen.💬

15De dwaasheid is in het hart des jongen gebonden; de roede der tucht zal ze verre van hem wegdoen.💬

16Die den arme verdrukt, om het zijne te vermeerderen, en den rijke geeft, komt zekerlijk tot gebrek.💬

17Neig uw oor, en hoor de woorden der wijzen, en stel uw hart tot mijn wetenschap;💬

18Want het is liefelijk, als gij die in uw binnenste bewaart; zij zullen samen op uw lippen gepast worden.

19Opdat uw vertrouwen op den HEERE zij, maak ik u die heden bekend; gij ook maak ze bekend.

20Heb ik u niet heerlijke dingen geschreven van allerlei raad en wetenschap?

21Om u bekend te maken de zekerheid van de redenen der waarheid; opdat gij de redenen der waarheid antwoorden moogt dengenen, die u zenden.

22Beroof den arme niet, omdat hij arm is; en verbrijzel den ellendige niet in de poort.💬

23Want de HEERE zal hun twistzaak twisten, en Hij zal dengenen, die hen beroven, de ziel roven.

24Vergezelschap u niet met een grammoedige, en ga niet om met een zeer grimmig man;💬

25Opdat gij zijn paden niet leert, en een strik over uw ziel haalt.

26Wees niet onder degenen, die in de hand klappen, onder degenen, die voor schulden borg zijn.💬

27Zo gij niet hadt om te betalen, waarom zou men uw bed van onder u wegnemen?

28Zet de oude palen niet terug, die uw vaderen gemaakt hebben.💬

29Hebt gij een man gezien, die vaardig in zijn werk is? Hij zal voor het aangezicht der koningen gesteld worden; voor het aangezicht der ongeachte lieden zal hij niet gesteld worden.💬